“Wat me van de uitzending bijstaat, is de gastvrijheid”

  • Geschreven door Robby van der Zande
  • Categorie: Interviews
  • Hits: 2276

Na zeventwintig dienstjaren op missie

 

Theo voelt zich op de een of andere manier tot Afrika aangetrokken“Overdag was het 45 a 50 graden, maar s ’nachts koelde het af naar een frisse 35 graden” , lacht Theo als hij vertelt over zijn uitzending naar Sudan. Warme en bijzondere omstandigheden voor een missie. Defensie zond hem naar het land als zogenaamde ‘regelaar’ om alles in goede banen te leiden. Een spannende en bijzondere tijd..

Voor de militair vormt het in 2010 zijn eerste uitzending, terwijl hij op dat moment al 27 jaar in dienst is. “Ik ben meteen beroepsmilitair geworden direct na de MTS. Daar kwamen ze op een woensdagmiddag van de lucht- en de landmacht een verhaal vertellen.” Dat maakte zo’n indruk op zijn vrije middag dat het leidde tot aanmelding bij de luchtmacht. “Ik heb meteen de aanmeldstrook in de Veronica gids ingevuld” , lacht hij.

Vele jaren later vertrekt hij in mei 2010 op missie naar de Sudanese hoofdstad Khartoum.  De uitzending én het gebied kiest hij zelf. Een beslissing die gemakkelijker wordt gemaakt door het buddysysteem dat defensie heeft. Terwijl Theo in het buitenland verblijft, kan zijn vrouw bij deze kameraad terecht met praktische vragen, maar eventueel ook voor andere hulp. In Khartoum ondersteunt hij de Nederlandse troepen. Behalve ze wegwijs maken in de hoofdstad, verzorgt hij ook communicatie- en regeltaken én de post. “Dat was elke week net Sinterklaas. Zit er ook wat voor mij bij?”

Voetballen
Wat hem van de uitzending bijstaat is de gastvrijheid van de inwoners, maar ook de vriendschappen met militairen uit andere landen. “in die periode was er net het WK voetbal, kregen we van de ambassade de uitnodiging om daar te komen kijken.”  Het zijn bijzondere gebeurtenissen die je niet verwacht ver van huis. “Nederland, Denemarken bijvoorbeeld en de Deense militairen waren ook op de ambassade uitgenodigd, dat schept toch een band.”

I-Pads
Het is niet het enige onverwachtse wat hij treft. “Iedereen liep met I-pads en ik heb nog nooit zoveel Hummers gezien, aan de andere kant is er wel een enorme kloof tussen arm en rijk. Dat deed me wel eens pijn.” Toch zijn ook de arme gezinnen enorm gastvrij. Via een medewerker van de ambassade wordt hij bijvoorbeeld uitgenodigd voor een bruiloft in de buitenwijk Umdurman. “Wij er naartoe, gelukkig in een normale auto zonder VN nummerplaten, ik de enige blanke daar in de hele buurt. Mijn eerste gedachte was: “Hoe kom ik hier weg?” Maar ach, ik laat het maar over me heenkomen. Hoor ik in een keer een hoop geschiet. Wat blijkt? Komt het bruidspaar binnen!”

Stiekem wil hij nog wel eens terug naar het land. Toen hij aankwam in 2010 moesten er nog verkiezingen plaatsvinden en waren de Nederlanders vooral aanwezig om (politieke) stabiliteit te helpen bieden. Nu is het land, als resultaat van diezelfde verkiezingen officieel gesplitst en woedt er in Zuid-Sudan een burgeroorlog.

En juist in dat gebied zaten zijn collega’s, soms op heel afgelegen locaties, terwijl Theo in de hoofdstad verbleef. “Waar zij zaten, wil ik best naar uitgezonden worden als de rust in het land is wedergekeerd.” Op de één of andere manier lonkt Sudan en geheel Afrika voor hem. Hoe zijn toekomst er uit ziet is zeer de vraag. Een vervolgmissie staat niet vast en zelfs Theo’s vliegbasis kan, nu hij officier is, zelfs veranderen. Twee dingen weet hij zeker:  “Ik blijf hier in Bergen op Zoom wonen” , lacht hij én defensie is en blijft een prima keuze: “Ik heb er nooit spijt van gehad.” Quote ‘buddysysteem maakt uitzending makkelijker’

Dit artikel verscheen eerder in de Bergen op Zoomse Bode

 

Frans Schulte mede auteur Koninklijke Luchtmacht in Nieuw-Guinea

  • Geschreven door Robby van der Zande
  • Categorie: Interviews
  • Hits: 2874

Boek bevat ook nieuwe, niet ieder vertelde, feiten

Nieuw-Guinea is één van de vele uitzendingen van Nederland, maar deze wordt in het collectief geheugen van Nederlanders vaak vergeten. “Bij sommige is het lang het vergeten oorlogje geweest” , weet Frans Peter Schulte. Dat én de tijd die hij er door bracht, deed hem besluiten flink de schouders te zetten onder het boek de Koninklijke Luchtmacht in Nieuw-Guinea. Het ruim 250 pagina’s tellende boek is nu verkrijgbaar en geeft, naast een blik in de geschiedenis, ook inkijk in recent bekend geworden gegevens over de inmenging van de Russen.

Frans Peter Schulte is mede auteur van het boek over de luchtmacht in Nederlands Nieuw-GuineaDat laatste is overigens een mooie bijkomstigheid, maar slechts één facet van het verhaal. Het boek is volgens Frans vooral een terugblik en ook prima geschikt voor, zoals hij dat noemt, de buitenwacht. Kortom: mensen die niet in dienst gezeten hebben en het jargon niet kennen, maar die wel interesse in het onderwerp hebben. Oorspronkelijk zou het document met de vijftig jarige mijlpaal van de uitzending uitkomen, maar dat bleek niet haalbaar. Al met al is er ruim tweeënhalf jaar aan gewerkt. “Waarvan een half jaar enorm intensief. Mijn vrouw dacht dat ik minder ging doen, maar dat werd juist meer…” , lacht Frans.

Ons
Volgens hem is het verhaal ook wel een beetje ‘voor ons én door ons.’ Met dat laatste doelt hij op het feit dat het boek belevingen en gebeurtenissen van Nieuwe-Guinea gangers bevat, maar dat het ook voor de collega’s is die in die situatie zaten. Een bijzondere tijd aan de andere kant van de wereld. Nadat het voormalige Nederlands-Indië afgestoten werd, hield Nederland er nog de ‘kolonie’ Nieuw-Guinea op na en daar werden militairen naartoe gezonden.

“Ik was verstokt vrijgezel en technisch officier, bovendien had ik ook nog enigszins verstand van het straalvliegtuig de Hunter. Ik gokte al dat ik mee mocht op deze uitzending” , lacht Frans. Daags nadat hij deze vermoedens met vrienden deelde, werd de uitzending ook officieel bevestigd. Vervolgens zat Frans als vierentwintig jarige ruim tweeënhalve maand aan boord van vliegdekschip de Karel Doorman onderweg naar het inzetsgebied.

Daar eenmaal aangekomen waren er geen ‘hogere heren ’ “Toen stond ik daar als jong mannetje als coördinator van de opbouw. Op dat soort momenten moet je vaker nadenken. Je hebt bijvoorbeeld geen uitwijkhavens als er iets misgaat en een vliegtuig op die ene landingsbaan moet landen, tjah de zee… “

Band
Het samen zoeken naar oplossingen en er de schouders onder zetten, vormt de basis voor de intense band die de Nieuwe-Guinea gangers met elkaar hebben. Zonder die tijd was het boek er bijvoorbeeld nooit geweest. “Je zit aan de andere kant van de wereld en hebt alleen maar je werk, je verantwoordelijkheid. Er zijn bijna geen sociale verplichtingen, je moet de klus samen klaren en dan ontstaat er een band met elkaar. Die band is er nog steeds!” Dat uit zich volgens Frans in de hoge opkomst tijdens reünies, maar ook in de wens het verhaal te vertellen.

De uitzending was voor hem slechts een korte periode in zijn militaire carrière waarin hij het tot generaal schopte, maar het is nog steeds een tijd die bij Frans een bijzonder plek heeft gekregen. “Veel jonge mannen waren toen wel eens op de trein naar een andere stad gestapt, maar met het vliegtuig naar de andere kant van de wereld is een heel ander verhaal.”

Vertrek
Maar er is meer: “Er was kameraadschap over de disciplines heen. In Nederland zien de lui van de vliegtuigen de mensen van de radarpost nooit. Daar was het heel anders, dat creëert begrip.” Tot slot speelt het plotselinge vertrek een grote rol: “Velen hadden het idee dat ze Papoa’s in de steek gelaten hadden, maar we waren daar simpelweg niet voor ontwikkelingshulp.” Volgens Frans is die laatste situatie uiteindelijk recht gezet. In het boek, waar ruim honderd mensen aan meewerkten en waar hij een groot deel van de (eind)redactie deed, wordt er dieper op ingegaan. Koninklijke Luchtmacht in Nieuw-Guinea is verkrijgbaar bij www.lanasta.com en diverse boekhandels.

Dit interview verscheen eerder in de Bode van 20 april.

Alan Bakx: “Bosnië leverde me inlevingsvermogen op”

  • Geschreven door Robby van der Zande
  • Categorie: Interviews
  • Hits: 3084

Alan Bakx keerde als een ander persoon uit Bosnïe terug“Negatief? Ik wil het juist vanuit positiviteit benaderen” , kopt Alan Bakx in als er gevraagd wordt naar zijn militaire verleden. Dat hij PTSS heeft, is niets iets waar doekjes om windt. “Maar laten we het nou eens hebben over wat veteranen toe kunnen voegen aan de maatschappij, in plaats van de problemen waar ze soms mee kampen” , vertelt hij stellig. Zelf is hij actief in het jongerenwerk, verzorgt hij gastlessen op scholen én staat hij met een veldkeuken regelmatig samen met mensen te koken. Bosnië veranderde hem, maar lang niet alleen op een negatieve manier…

Je komt niet anders terug van een uitzending, maar je positieve en negatieve eigenschappen worden vergroot” , stelt hij. Voor zijn missie in Bosnië volgde Alan een opleiding agogisch werk met als plan vervolgens de zorg in te gaan. In die tijd was er nog dienstplicht, maar om voor defensie uitgezonden te worden moest je kiezen.

“Ik was een kind van gelukkige ouders, met een gelukkige jeugd achter de rug. In mijn naïviteit dacht ik bij defensie ervaring op te doen over wat leed met mensen doet. Je moet tenslotte eerst iets meemaken voor je er over kan praten.”

Jongensboek
Dat wat hem in Bosnië overkwam hem zo veranderde dat hij naderhand amper in de zorg kon werken, had hij niet verwacht. “Na mijn uitzending ging ik in 1996 aan de slag bij het Lambertijnenhof. Daar had ik problemen met mijn aanpassingsvermogen en dat begon al meteen bij mijn eerste salaris” , lacht hij. Alan miste niet alleen het loon, maar ook defensie en hij meldde zich bij de marine. “Dat was een veel minder heftige periode dan Bosnië als ik er op terugkijk. Tegelijkertijd was het net een jongensboek. Gewoon handelen en niet lullen, maar poetsen.”

Vanzelfsprekendheid
Deze tijd bracht hem nog meer het besef bij dat de (directe) normen en waarden van defensie hem erg goed deden. Het voedde echter ook de onvrede over hoe dingen in het ‘burgerleven’ gaan.. “Ik kan me verbazen over de vanzelfsprekendheid waarmee mensen leven, die schijnveiligheid. Aan de ene kant zou ik willen dat het slechter met Nederland gaat, want dan komt het besef. Maar aan de andere kant gun je dat ook niemand.”

Zelf viel alles bij hem op zijn plek in 2008. “Toen moest ik ook in de spiegel kijken en toegeven dat ik PTSS had / heb.” Het vormde de opmars naar een zware periode, die uiteindelijk veel goeds opleverde. “Eigenlijk ontstond het uit onmacht. Ik kon niet terecht bij defensie én niet in de zorg. Wat moest ik dan wel?”

Toko
Het antwoord is even simpel als ingenieus. Onder de noemer Lekker Ge(s)maekt staat Alan nu met regelmaat met een militaire veldkeuken samen met mensen te koken. “ik voel me verantwoordelijk voor die club mensen. Het is een laagdrempelige manier om in gesprek te raken en het heeft een doel. Het is mijn Toko, mijn passie. Ik kan het maar een paar keer per maand doen, omdat ik zoveel van mezelf geef.”

Tijdens het samen koken, probeert hij de mensen iets mee te geven en dat is ook wat hij doet tijdens de gastlessen op de scholen. ‘Veteraan en zijn verhaal’ heet het project en de rode draad is het persoonlijk verhaal van de verteller, met daarin een aantal algemene keuzes die jongeren aan het denken moeten zetten. In Bosnië maakte hij diverse voorbeelden mee die vergelijkbaar zijn. “Onmacht” , beschrijft hij de uitzending in één woord, maar er diep op ingaan hoeft voor hem niet. Iedere militair heeft volgens hem zijn ervaringen.

Dat die machteloosheid hem veranderde, is een direct gevolg van zijn uitzending, maar ondank alles heeft hij daar nooit spijt van gehad: “Ik zou zo weer gaan, als ze me morgen bellen, ben ik weg!” Maar de negativiteit? “Die heeft dingen wel overschaduwd, maar wat heeft het me opgeleverd? Inlevingsvermogen!” Daarnaast hoeven volgens hem veteranen elkaar maar te bellen en ze staan voor elkaar.  De conclusie is dat het hem ervaring, energie en een bijzondere levensinstelling heeft meegegeven en dat past precies in zijn filosofie. “Ik ben opgevoed met het idee dat je meer krijgt, door te geven”, sluit Alan af.

Dit verhaal verscheen eerder in de Bergse Bode van Woensdag 16 april 2014

Door het gebruik van cookies kunnen we je beter van dienst zijn. Accepteer de cookies om optimaal van onze diensten gebruik te maken.
Meer informatie Ok Weiger