Frans van der Meeren wil oorlogsherinneringen levend houden

  • Geschreven door Robby van der Zande
  • Categorie: Interviews
  • Hits: 4618

Frans van der Meeren is nog steeds actief als veteraanOorlogen worden altijd groots besproken in het nieuws, maar de verhalen achter 'de oorlog' komen veel minder vaak aan bod. Voor zover er 'de oorlog' is, want voor iedere militair is zijn of haar uitzending anders. Door het gebied waar naartoe gegaan wordt, de situatie, de gebeurtenissen, maar vooral ook door de eigen persoonlijkheid en insteek. In deze serie belichten we iedere keer een veteraan en diens verhaal.

Bij Frans van der Meeren (88) kwam de oorlog naar hem toe, de Tweede Wereldoorlog wel te verstaan. Hij dook onder, werd oorlogsvrijwilligers bij de Prinses Irene Brigade en uiteindelijk onderofficier. Met zijn verleden pronken doet Frans niet graag, maar omdat hij het belangrijk vindt dat de oorlog nooit vergeten wordt, doet hij graag zijn verhaal.

“Ze hebben er niks van geleerd en slachten elkaar aan de andere kant van de wereld nog steeds af” , klinkt zijn vrouw. Het echtpaar hoopt dat de (klein)kinderen nooit zoiets mee moeten maken. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak waren ze zelf tieners en die tijd is verpest. “Een andere maakte toen uit hoe we moesten leven” , beaamt Frans. Op zijn achttiende kon hij bovendien aan de slag in een Duits arbeiderskamp. Dat ontvluchtte hij zes dagen later waarna hij via diverse onderduikadressen bij een gezin met negen kinderen in het plaatje Keldonk belandde

Moeras

Ze boden hem, ondanks het feit dat ze zelf bijna niks hadden, onderdak en eten. Zelfs als er tijdelijk voor een Duitse inspectie in een moeras gescholen werd, vergat men hem niet. “Dan kwam moeders daarheen met boterhammekes, de Duitsers durfde het gebied niet in.” Met het gezin ontstond een vriendschap en zelfs nu is er nog contact met de kinderen van het stel, zo bracht de oorlog toch iets goeds voorts.

Operatie

Voor de bevrijding werd hij echter vanwege medische problemen terug naar Bergen op Zoom verplaats. Na een blinde darmoperatie in Steenbergen, keerde hij de zaterdag voor Dolle Dinsdag huiswaarts. Tijdens Dolle Dinsdag ging hij net als de rest van de stad de straat op. Dat er daarna zes weken op de bevrijding gewacht moest worden en Frans niet verraden werd, is een klein wonder.

Bevrijding

De daadwerkelijke bevrijding zag hij persoonlijk, al was deze minder euforisch dan in verhalen: “De Canadezen kwamen vanaf drie kanten de Grote Markt op, maar ergens ging er een mitrailleur af en er werden twee meisjes getroffen, dat drukte de feestvreugde wel.“ Ook werden drie kerktorens opgeblazen bleef de Peperbus net gespaard. Na de bevrijding meldde Frans zich als oorlogsvrijwilliger , hij werd ingedeeld bij de befaamde Prinses Irene Brigade.

Hiermee belandde hij in diverse conflicten. “Ik heb zelfs gevochten met bajonet op het geweer én ik heb de laatste gevechten mee mogen maken bij Hedel in de Bommelwaard. Die waren behoorlijk heftig, daar zijn er twaalf van ons gesneuveld.” Liever praat hij niet over geweld, maar over de mooie herinneringen die hij overhield. Zo moest Paleis Noordeinde bewaakt worden. “En daar ben ik trots op, ik was een van de eerste Nederlanders die daar was.” Ook was Frans in Wageningen aanwezig tijdens de vredesonderhandeling

Na de bevrijding ging hij als sergeant-instructeur aan de slag. “Toen ben ik de Nederlands-Indië veteranen gaan trainen.” Door deze functie werd hij gelukkig niet uitzonden naar dit gebied. “Al bedacht ik me naderhand wel dat ik Indonesië nooit gezien heb..” Frans verliet op 1 april 1947 de dienst.

Tradities
Dat hij zich meer veteraan als oorlogsslachtoffer of onderduiker voelt, blijkt uit de vele zaken die hij nog doet om de nagedachtenis van de Wereldoorlogen levend te houden. Vrijwel jaarlijks bezoekt hij Normandië en de dodenherdenkingen in Wolverhampton en Congleton in Engeland op Poppyday, met regelmaat speldt hij bovendien veteranen het veteranenlint op. Die tradities zet hij graag voort, maar toch groeit het besef dat zijn kennis overgedragen moet worden. Het wordt namelijk steeds moeilijker om medeveteranen te vinden voor ceremonies. Als straks de overlevende van de Tweede Wereldoorlog er niet meer zijn, leven de verhalen hopelijk voort.

Jan Dekkers: “Het was geen oorlog, maar een guerrilla”

  • Geschreven door Robby van der Zande
  • Categorie: Interviews
  • Hits: 2349

Jan Dekkers bracht drie jaar in Nederlands-Indië door

Jan Dekkers zat drie jaar in Nederlands-Indië, over die tijd praat hij wél, maar niet over de conflictenOorlogen worden altijd groots besproken in het nieuws, maar de verhalen achter 'de oorlog' komen veel minder vaak aan bod. Voor zover er 'de oorlog' is, want voor iedere militair is zijn of haar uitzending anders. Door het gebied waar naartoe gegaan wordt, de situatie, de gebeurtenissen, maar vooral ook door de eigen persoonlijkheid en insteek. In deze serie belichten we iedere keer een veteraan en diens verhaal.

Jan Dekkers is zo’n veteraan. Hij heeft veel te vertellen over zijn diensttijd en het nodige meegemaakt, wat niet wil zeggen dat hij dit ook allemaal wil delen. Zo zijn er mooie ervaringen en erge gebeurtenissen. Over dat laatste wordt niet gesproken. “Wat ik niet wil vertellen, vertel ik ook niet” , is hij stellig. Het is typisch voor een generatie militairen die ook wel eens beschreven wordt als het vergeten leger. “Dat wil ik gewoon voor mezelf houden, ik heb daar geen behoefte aan.”

Tenzij veteranen onder elkaar zijn: “Onderling wordt er wel over gesproken, maar niet met derden.” Een bezoek aan de VOMI is dan ook een van de momenten dat hij met gelijkgestemde kan spreken. Toch valt er zonder details over conflicten ook genoeg te vertellen over het leven en de dagelijkse beslommeringen van een Nederlands-Indië militair.

Zo is er de reis richting Nederlands-Indië in 1947. “Dat was een bootreis van een maand met oude vrachtschepen. We sliepen vijf verdiepingen boven elkaar op ijzeren stellingen. Als ik in de ochtend wakker werd was er die stank, we voelden ons net een stuk vee.” De boottocht is alles behalve spannend. “Ik zag soms twee weken alleen zee, dan was er niets behalve af en toe een vliegende vis. Het enige wat ik aan boord moest doen was aardappels schillen. “

Vrijgevochten
Eenmaal in Nederlandse-Indië aangekomen wordt het water verwisseld voor het oerwoud en de lege dagen voor een vast schema met taken. Jan wordt gelegerd op een buitenpost en leidt er een redelijk vrij leven. “Op de kazerne had je appél, bij ons was het redelijke vrijgevochten.” Dat uitte zich onder andere dat officieren er niet herkenbaar bij liepen, vanwege de gevaren in het buitengebied. Het bevorderde het eenheidsgevoel. “We waren allemaal militairen” , lacht Jan.

Guerrilla
Een half jaar na aankomst breekt de eerste politionele actie uit. Daarmee probeert Nederland terug aan de macht te komen nadat de Republiek Indonesië is uitgeroepen. Ook Jan’s onderdeel wordt wel eens het oerwoud ingestuurd voor een missie, vaak een lange tocht van ruim een week. “Dan kwamen voorraden uit de lucht met een vliegtuig en moest je rijst eten van een pisang blad.” Of de strijd zin had, trekt hij in twijfel: “We liepen onze patrouille en als we weg waren was het pad weer van hun, zo ging dat. Het was geen echte oorlog, meer een guerrilla. ”

En ondanks het feit dat hij er niet veel over zegt, zijn er ook de nodige slachtoffers. “Negentwintig doden bij ons onderdeel, vier van ons bataljon in één keer” , zegt Jan terwijl hij door een achthonderd pagina’s tellend boek bladert met daarin overledenen. “Als je hierin staat, is dat niet goed” , klinkt het nuchter.

Volwassen
Wat hem echter vooral bij is gebleven is de saamhorigheid en het feit dat een vormende fase in zijn leven is geweest. “ Ik ben als kind weggegaan en kwam als man terug, dat is hoe ik er tegenaan kijk.” Dat het leven in Nederland gewoon door draaide en dat hij drie jaar huis en haard moest missen neemt hij op de koop toe. Van de uitzending heeft hij zowel goede als slechte gevoelens over gehouden, maar dat weerhield hem er niet van om tot twee keer terug te gaan naar plekken waar hij gediend heeft.. En dat levert bijzondere momenten op: “Ze zien ons daar niet als de vijand, hoe weinig ze ook hebben, je bent altijd welkom.” En dat is ook hoe Jan Dekkers erover denkt, bij hem en zijn vrouw staat de deur altijd open...

Hans van Leest: “Ik ben even weg voor Provide Care”

  • Geschreven door Robby van der Zande
  • Categorie: Interviews
  • Hits: 4782

Hans van Leest schreef een boek over zijn verblijf in GomaHans van Leest werd uitgezonden naar Goma

Oorlogen worden altijd groots besproken in het nieuws, maar de verhalen achter 'de oorlog' komen veel minder vaak aan bod. Voor zover er 'de oorlog' is, want voor iedere militair is zijn of haar uitzending anders. Door het gebied waar naartoe gegaan wordt, de situatie, de gebeurtenissen, maar vooral ook door de eigen persoonlijkheid en insteek. In deze serie belichten we iedere keer een veteraan en diens verhaal.

Het is een zaterdagochtend in augustus 1994 als de telefoon gaat bij Hans van Leest. Hij krijgt het verzoek om te kijken om chauffeurs te regelen voor een uitzending naar Goma, een stad in Congo op de grens met Rwanda. Binnen een week is de uitzending een feit en de voorbereidingen zijn verre van ideaal.

Doel is voedsel en medicijnen leveren aan de honderdduizenden gevluchte Hutu’s waaronder veel mannen die net vijfhonderdduizend tot één miljoen Tuti’s en gematigde Hutu’s hebben afgeslacht. Ze zijn gevlucht voor de dreiging van een immens Tutsi leger en zitten met honderdduizenden in kampen. “Vol verwachting klopte mijn hart” , vertelt Hans cynisch: “Wij komen mensen helpen.” “Toen ik landde was er meteen ee zwoele geur, een bloemengeur. Maar vervolgens reden we de stad in en stelde ik de vraag waarom een stuk was afgezet. Daar lag 30.000 man begraven en verderop 20.000 kreeg ik te horen.”

Roadblock
Zijn onderdeel doet voornamelijk de logistiek. Zo dient de stad Uriva een zending te krijgen , wat een verre en barre tocht oplevert. “Niemand van ons was er ooit geweest. Onderweg moesten we al snel van het asfalt af en over geitenpaden rijden, tot we uiteindelijk aangehouden werden bij een roadblock. Daar konden we in de praktijk brengen wat we in Woensdrecht hadden geleerd.” De instructie blijkt even simpel als risicovol. Stoppen is gevaarlijk, doorrijden eveneens en de keuze dient op basis van de situatie gemaakt te worden. Doordat de militairen gewapend zijn, mogen ze na een gesprekje doorrijden.
Na het succesvol afronden van deze opdracht, volgt een tweede rit naar Uriva. “Onderweg kwamen we hetzelfde roadblock tegen mét diezelfde kerel met zonnebril, maar nu was iedereen gewapend. We werden aangehouden en moesten onze wapens inleveren. Intussen kwamen er steeds meer dronken of stonede militairen bij.” Het gezelschap wordt zogezegd voor de eigen veiligheid gevangen gezet in Uriva. Daar weet een van de Nederlanders contact te leggen met Den Haag die het kamp informeert.

Vluchten
Via Den Haag komt er ook een overlijdensbericht van de moeder van een van de soldaten binnen. Verkleedt als hulpverlener smokkelt Hans de soldaat naar een vliegveld, vanwaar de collega veilig in Goma belandt. Hans keert via hulpverleners terug bij zijn kameraden. “Wat als ze het gemerkt hadden, heb ik naderhand wel eens gedacht. Maar toen waren we blij dat die jongen naar huis kon.” Nadat er duizend euro geld voor de ‘verleende bewaking’ wordt betaalt, is ook de rest vrij om te gaan.

Gevaarlijk
Vijf weken na aankomst wordt de situatie te gevaarlijk. “In de avond mochten we de tenten niet meer uit en vlogen de kogels er soms doorheen, ‘s ochtends werden we wakker met om de tent allemaal lijken.” Vertrek is de enige optie en dat valt Hans zwaar: “Ik zat bijna te janken toen we onderweg over het kamp vlogen.”

Het resultaat, de mensen die ze hebben geholpen, weegt volgens Hans absoluut op tegen de vijf geestelijk en fysiek zware weken. Dat de missie in de Nederlandse geschiedenis relatief onbekend is, komt door het drama in Srebrenica. Nederland is Goma grotendeels vergeten, bij Hans blijft er echter altijd iets knagen en hij verwerkt de missie nooit helemaal.

Jaren later wordt hij op aandringen van een hoger geplaatste officier naar een militair psycholoog gestuurd. Die spoort hem aan zijn verhalen op papier te zetten. Na ruim een jaar werken, verschijnt het document ‘Ik ben even weg voor Provide Care.’ Het schrijven is in eigen beheer uitgebracht. Inmiddels is Hans van Leest met pensioen en secretaris van het Veteranen Ontmoetings Centrum. Daar praat hij regelmatig over zijn ervaringen en het is tevens de plek voor belangstellende om het boekje te krijgen.

Subcategorieën

Door het gebruik van cookies kunnen we je beter van dienst zijn. Accepteer de cookies om optimaal van onze diensten gebruik te maken.
Meer informatie Ok Weiger